Voordat je begint met schrijven, is het belangrijk om je opmaak goed in te stellen. Dit voorkomt dat je later uren kwijt bent aan het corrigeren van koppen, nummeringen, marges of een rommelige inhoudsopgave. Door nu je stijlen in Word of Google Docs netjes te organiseren, werk je vanaf het begin in een professioneel en overzichtelijk document.
Met goede stijlen:
- Houd je je scriptiestructuur consistent.
- Kun je automatisch een inhoudsopgave genereren.
- Blijven koppen altijd netjes op dezelfde manier opgemaakt.
- Voorkom je dat tabellen, figuren en bijlagen overal een andere lay-out hebben.
Zie dit als het klaarzetten van je werkplek: een goede voorbereiding scheelt je later enorm veel tijd en frustratie.
Waarom stijlen gebruiken?
Stijlen (zoals Kop 1, Kop 2, Kop 3) zijn vooraf ingestelde opmaakvormen die je toepast op je koppen. Je gebruikt ze voor:
- Hoofdstukken
- Paragrafen
- Subparagrafen
- Tabellen en figuren (APA-stijl)
Als je dit handmatig doet (vet, groter lettertype, zelf nummeren), raak je structuur kwijt. Stijlen zorgen ervoor dat alles automatisch netjes blijft, ook als je stukken verplaatst of herschrijft.
Hoe stel je stijlen in (Word & Google Docs)?
Stap 1: Kies je basisstijl (Normaal / Normal text)
Dit is je standaard lopende tekst.
Zorg dat hierin staat:
- Lettertype: Arial of Calibri (meestal 11 of 12 pt)
- Regeling afstand: dubbel of 1,5 (check richtlijnen opleiding)
- Uitlijning: links of uitgevuld
- Alinea-afstand: geen dubbele enters, maar vaste ruimte na alinea’s
Pas deze stijl aan in één keer, zodat elke nieuwe alinea meteen goed staat.
Let op!
Controleer altijd de richtlijnen van jouw opleiding. Sommige opleidingen eisen Arial, anderen Calibri. Sommigen willen een dubbele regelafstand, anderen anderhalf. Pas je basisstijl, en alle komende onderdelen, daarop aan.
Stap 2: Stel je koppen in: Kop 1, Kop 2, Kop 3
Richtlijn
Kop 1 → hoofdstukken (bijv. 1. Inleiding)
Kop 2 → paragrafen (bijv. 1.1 Probleemstelling)
Kop 3 → subparagrafen (bijv. 1.1.1 Aanleiding)
Hoe doe je dat?
- Selecteer de tekst
- Klik op de gewenste stijl (Kop 1, Kop 2)
- Pas het lettertype, grootte en spacing éénmalig aan
- Klik daarna op “Stijl bijwerken op basis van selectie”
Vanaf dat moment staat je hele document consistent.
Stap 3: Automatische inhoudsopgave genereren
Zodra je Kop-stijlen goed staan, maak je die met één druk op de knop:
Invoegen → Inhoudsopgave
Wanneer je later koppen toevoegt, klik je op “Bijwerken” en alles past zich automatisch aan.
Stap 4: Paginanummering instellen
Checklist: alles in één keer goed doen
Standaardtekst (“Normaal”) staat in correct lettertype en regelafstand.
Kop 1, Kop 2 en Kop 3 zijn ingesteld en consequent gebruikt.
Marges staan correct volgens je opleiding.
Automatische inhoudsopgave werkt en is bijgewerkt.
Alinea’s worden gescheiden door alinea-instellingen, niet door lege regels.
Pagina’s zijn genummerd.
Voorblad heeft geen nummer.
Je hebt gecontroleerd of je opleiding een eigen sjabloon verplicht stelt.
In het volgende onderdeel ga je een eerste versie schrijven van jouw inleiding. Dit doe je op basis van wat je tot nu toe in hoofdstuk 1 hebt verzameld en uitgewerkt. Succes!