3.5 Goede meetinstrumenten maken

3.5 Goede meetinstrumenten maken

Een goed onderzoek valt of staat met de kwaliteit van je meetinstrumenten: de vragenlijst, topiclijst, observatielijst of meetmethode die je gebruikt om gegevens te verzamelen.
Zelfs de beste analyse kan niets met slechte data, dus het is belangrijk dat je meetinstrument zorgvuldig is opgebouwd.

Waarom is dit belangrijk?

  • Slecht geformuleerde vragen leveren onbetrouwbare of onbruikbare antwoorden op.
  • Onduidelijke antwoordmogelijkheden maken het moeilijk om resultaten te analyseren.
  • Een meetinstrument dat niet past bij je onderzoeksvraag kan je hele onderzoek onderuit halen.

Stap 1: Bepaal wat je wilt meten

  • Schrijf eerst duidelijk op wat je precies wilt weten.
  • Koppel elke vraag die je bedenkt aan je onderzoeksvraag of één van je deelvragen. Zo voorkom je dat je onnodige of losse vragen opneemt.
  • Zet alvast bij elke vraag een code of label die aangeeft bij welke deelvraag deze hoort.

Stap 2: Kies de juiste vorm

Of je nu een enquête opstelt, een interview voorbereidt of observaties wilt vastleggen: alles begint met een goed meetinstrument. Het doel van zo’n instrument is simpel: je wilt gegevens verzamelen die betrouwbaar en relevant zijn voor je onderzoeksvraag.
Er zijn verschillende soorten meetinstrumenten, elk met hun eigen sterke punten. In de eerste tabel zie je de meest gebruikte soorten op een rij, met uitleg en voorbeelden.
Meetinstrument
Gebruik
Voorbeeld
Vragenlijst / enquête
Kwantitatieve data verzamelen bij een grote groep.
Online enquête met multiple choice, Likert-schalen en open vragen.
Topiclijst
Richting geven aan (semi-)gestructureerde interviews of focusgroepen.
Lijst met 5–8 hoofdonderwerpen die tijdens een interview besproken moeten worden.
Observatielijst
Gestructureerd vastleggen van gedrag, handelingen of gebeurtenissen.
Checklijst voor het observeren van communicatievaardigheden bij zorgverleners.
Je kunt ook een combinatie gebruiken (mixed methods). Kies de vorm die past bij je analysemethode en beschikbare tijd.

Stap 3: Formuleer je vragen

Een meetinstrument is zo sterk als de vragen die je stelt. In deze tweede tabel vind je daarom richtlijnen voor het formuleren van goede vragen. Deze helpen je om fouten en vaagheden te voorkomen, zodat je antwoorden krijgt waar je echt iets mee kunt.
Doen
Niet doen
Kort en duidelijk formuleren
Lange, ingewikkelde zinnen
Gebruik eenvoudige, neutrale taal.
Vermijd vakjargon, tenzij je zeker weet dat je doelgroep het begrijpt.
Eén vraag per keer stellen
Twee vragen in één (“dubbelbarrelen”)
“Hoe ervaart u de app en hoe vaak gebruikt u hem?
Neutrale formulering
Sturende formulering (“Vindt u ook dat…”)
Antwoordopties volledig en exclusief maken
Opties vergeten of laten overlappen
Antwoordmogelijkheden passend bij de vraag
Antwoordschalen die niet logisch zijn
💡
Tip
Laat een ander je vragen lezen om te checken of ze echt duidelijk zijn.

Stap 4: Kies de antwoordopties

Het is handig om te weten welke antwoordschalen vaak worden gebruikt. Deze derde tabel geeft een overzicht van veelgebruikte schalen, inclusief wanneer je ze inzet.
Schaal
Uitleg
Voorbeeldvraag
Likert-schaal
Meet mate van instemming of frequentie
“Ik voel me gemotiveerd door deze app” (1 = helemaal mee oneens, 5 = helemaal mee eens)
Nominale schaal
Classificeert zonder volgorde
“Welke opleiding volg je?”
Ordinale schaal
Classificeert met volgorde, zonder vaste afstand
“Hoe vaak gebruik je de app?” (nooit – soms – vaak)
Interval/ratioschaal
Meet met gelijke afstanden (soms met absoluut nulpunt)
“Hoeveel uur per week gebruik je de app?”

Stap 5: Test (pilotstudie)

Laat minimaal 3 mensen uit je doelgroep het instrument als test invullen. Vraag hierover door: Wat vond je onduidelijk? Welke termen waren lastig? Waren er vragen die je niet snapte of te lang vond?
💡
Tip
Houd ook de tijd bij die het kost om het instrument in te vullen.

Stap 6: Pas aan waar nodig

Verwerk tot slot de feedback en verwijder of herschrijf onduidelijke vragen. Check opnieuw of alle vragen nog steeds direct gekoppeld zijn aan je onderzoeksvraag of deelvragen.
 
✍️
3.5.1
Beantwoord de volgende vragen om het juiste meetinstrument voor jouw onderzoek te kiezen.
  1. Onderzoeksvraag of deelvraag
  1. Type instrument (vragenlijst/interview/observatie)
  1. Doel van dit instrument
  1. Vragen of onderwerpen
  1. Antwoordschalen / opties
  1. Verwachte analysemethode
  1. Testresultaten uit pilotstudie
  1. Aangepaste versie (indien nodig)
Voorbeeld
a. Onderzoeksvraag of deelvraag: In hoeverre vermindert het gebruik van een studie-app stress bij hbo-studenten?
b. Type instrument (vragenlijst/interview/observatie): Vragenlijst
c. Doel van dit instrument: Stressniveau en gebruiksfrequentie meten.
d. Vragen of onderwerpen:
  • Hoe vaak gebruik je de app?
  • Op een schaal van 1–5: “Ik voel me minder gestrest sinds ik de app gebruik.”
  • Noem één functie van de app die jou helpt bij studeren.
e. Antwoordschalen / opties:
  • Frequentie: nooit/soms/vaak/dagelijks (ordinale schaal)
  • Likert-schaal: 1–5 (helemaal mee oneens – helemaal mee eens)
  • Open antwoord
f. Verwachte analysemethode: Beschrijvende statistiek + thematische analyse open antwoorden
g. Testresultaten uit pilotstudie: De Likert-vraag werd door 2 studenten verkeerd geïnterpreteerd → verduidelijkt.
h. Aangepaste versie (indien nodig): Toegevoegd: “Beantwoord op basis van je ervaring in de afgelopen 4 weken.”
 
Met een goed meetinstrument heb je een stevige basis, maar kwaliteit zit niet alleen in de vragen zelf. In de volgende paragraaf kijken we hoe je betrouwbaarheid en validiteit borgt, zodat je resultaten ook echt overtuigen.