Je resultatenhoofdstuk laat zien wat je hebt gevonden in je onderzoek zonder er al verklaringen of conclusies aan te verbinden. Dit is puur de presentatie van je data, overzichtelijk en logisch opgebouwd, zodat de lezer precies kan volgen wat jouw onderzoek heeft opgeleverd.
Er zijn twee veelgebruikte manieren om je resultaten te structureren:
- Per deelvraag
- Per thema
Kies één structuur en pas die consequent toe. Wissel niet halverwege tussen deelvragen en thema’s.
Structuur per deelvraag
Dit is de meest gebruikte en vaak ook de meest logische aanpak, zeker als je deelvragen vrij zelfstandig van elkaar te beantwoorden zijn. Je presenteert de resultaten per deelvraag, in dezelfde volgorde als in je inleiding en methode:
- Begin elke paragraaf met de deelvraag als kop of in de eerste zin.
- Presenteer daarna de kernresultaten die deze deelvraag beantwoorden.
- Gebruik tabellen, grafieken of citaten om de resultaten te verduidelijken.
- Sluit af met een korte samenvatting in één of twee zinnen.
Voorbeeld
Deelvraag 1: Wat verwachten studenten van stagebegeleiding?
Uit de interviews blijkt dat studenten vooral behoefte hebben aan duidelijke afspraken, regelmatige feedbackmomenten en iemand die hun persoonlijke leerdoelen bewaakt. 8 van de 10 respondenten gaf aan dat wekelijkse voortgangsgesprekken belangrijk zijn.
“Ik vind het fijn als er iemand is die mijn voortgang bijhoudt en me op tijd tips geeft.” (Student 3)
Structuur per thema
Als je resultaten uit meerdere deelvragen in elkaar overlopen, kan het overzichtelijker zijn om de uitkomsten te bundelen per thema dat uit je analyse naar voren kwam. Per thema werk je jouw resultaten als volgt uit:
- Bepaal de hoofdthema’s op basis van je analyse (bijvoorbeeld: verwachtingen, huidige begeleiding, verbeterpunten).
- Maak per thema een paragraaf met de belangrijkste bevindingen.
- Verwerk binnen elk thema de data uit verschillende deelvragen.
- Gebruik visuele elementen (figuren, tabellen) om trends te laten zien.
Voorbeeld
Thema: Verschillen tussen school en organisatie
Studenten ervaren dat school zich meer richt op theoretische begeleiding, terwijl de organisatie vooral praktische begeleiding biedt. 6 van de 12 studenten benoemde dat de communicatie tussen beide partijen beter kan.
“School geeft goede tips voor mijn verslag, maar op stage leer ik vooral hoe ik het in de praktijk doe.” (Student 7)
Tip
Heb je zowel kwantitatieve als kwalitatieve data? Zet dan eerst de kwantitatieve resultaten neer (cijfers, tabellen, grafieken) en gebruik daarna de kwalitatieve resultaten om die cijfers te verdiepen of te illustreren.
Veelgemaakte fouten
Conclusies trekken in het resultatenhoofdstuk
In dit hoofdstuk presenteer je alleen wat je hebt gevonden, zonder te verklaren waarom dat zo is of wat dat betekent. Conclusies en interpretaties horen thuis in je discussiehoofdstuk.
Voorbeeld
Niet dit:
“Studenten krijgen weinig feedback, waardoor ze minder gemotiveerd zijn.” → Hier trek je een oorzaak-gevolgconclusie.
Wel dit:
“7 van de 10 studenten geeft aan dat ze minder dan één keer per maand feedback ontvangen.” → Feitelijke weergave van je bevinding.
Te veel detail
Het is verleidelijk om alles wat je hebt gevonden te delen, maar dat maakt je tekst lang en onoverzichtelijk. Focus op wat relevant is voor je hoofd- en deelvragen. Details die niet direct bijdragen, kun je in een bijlage zetten.
Voorbeeld
Niet dit:
“Respondent 4 zei dat haar begeleider altijd op dinsdag om 10:00 uur langs kwam, behalve die ene keer toen het 10:15 was omdat de trein vertraging had.”
Wel dit:
”Studenten geven aan dat feedbackmomenten meestal wekelijks plaatsvinden, vaak op een vast moment in de week.”
Geen logische volgorde
Kies één structuur, per deelvraag of per thema, en blijf daar consequent in. Wisselen tussen beide maakt het moeilijk voor de lezer om te volgen.
Bronvermelding van je eigen resultaten
Je resultaten komen uit jouw eigen onderzoek. Daar zet je dus geen APA-verwijzing bij, want het is geen externe bron. Alleen wanneer je resultaten vergelijkt met eerdere onderzoeken (in de discussie), verwijs je naar literatuur.
Tip
Stel jezelf na elke alinea de vraag: Is dit puur een feitelijke weergave van wat ik vond?
Ja? → Het kan in het resultatenhoofdstuk.
Nee? (het is interpretatie, mening of conclusie) → Bewaar het voor de discussie.
Welke structuur past bij mijn onderzoek?
Situatie | Kies per deelvraag als… | Kies per thema als… |
Onderzoeksvragen | Je deelvragen zijn kort, concreet en hebben elk hun eigen resultaten. | Je deelvragen overlappen elkaar en dezelfde data beantwoordt meerdere vragen. |
Type data | Vooral kwantitatief (enquêtes, cijfers) of gestructureerde interviews. | Vooral kwalitatief (open interviews, observaties) met rijke beschrijvingen. |
Logische opbouw | De lezer het makkelijkst meeneemt door de volgorde van deelvragen te volgen. | De lezer het makkelijkst meeneemt door een verhaal te vertellen rond thema’s. |
Voorbeeld | “Deelvraag 1: Wat verwachten studenten?” → alle resultaten hierover samen. | “Thema: Communicatie” → alle resultaten hierover, ook als ze uit meerdere vragen komen. |
Met deze structuur in je achterhoofd weet je wat je moet vertellen. In de volgende paragraaf kijken we hoe je jouw resultaten praktisch voorbereidt en organiseert, zodat het schrijven van je hoofdstuk straks veel makkelijker gaat.